PTI

Metadata-overzicht

Het metadata-overzicht en wat elke kolom betekent: naam, soort, waardes, niveau en de aanlevercontroles.

Op de hoofdpagina van het metadata-overzicht zie je een tabel met de volgende kolommen:

Naam

De naam van de metadata. Kies een duidelijke en herkenbare naam, zodat andere gebruikers direct begrijpen welke informatie wordt bedoeld.

Soort

Hier geef je aan welk type metadata het betreft. Dit kan zijn:

  • Lijst – De gebruiker kan alleen één van de vooraf gedefinieerde waarden selecteren.
  • Tekst – Vrije tekstinvoer.
  • Numeriek – Alleen numerieke waarden zijn toegestaan.

Waardes

Hier definieer je de mogelijke waarden die kunnen worden aangeleverd. Bijvoorbeeld: Kelder, Zolder, Begane grond.

Niveau

Geeft aan of de metadata wordt gekoppeld aan een Workorder of aan een Taak:

  • Workorder – De metadata geldt voor de gehele opdracht.
  • Taak – De metadata geldt alleen voor een specifieke taak binnen de opdracht.

Valideren in aanlevering

Kies Ja of Nee. Wanneer je kiest voor Ja, controleert het systeem bij de aanlevering of de waarde overeenkomt met de configuratie.

Voorbeeld: als de configuratiewaarde Kelder is en de aanlevering bevat Kelderss, dan wordt de aanlevering afgekeurd en niet verwerkt.

Verplicht in aanlevering

Kies Ja of Nee. Wanneer je kiest voor Ja, wordt verwacht dat deze metadata altijd bij de aanlevering wordt meegeleverd. Als de metadata ontbreekt, kan de aanlevering niet worden verwerkt.