PTI

Begrippenlijst

De veelgebruikte begrippen uit de PTI Planning Suite en de namen van de schermonderdelen, in alfabetische blokken bij elkaar.

In de handleiding komen woorden voor die niet voor iedereen even bekend zijn: vaktermen uit de planning, en namen van schermonderdelen zoals kruimelpad en menubalk. Op deze pagina staan ze bij elkaar.

Waar een begrip in de tools anders heet dan hier, of waar de spelling per tool verschilt, staat dat erbij. De tools zijn ook niet overal even consequent: sommige labels staan nog in het Engels. Zie je een term in het scherm die hier ontbreekt? Geef het door aan de supportafdeling, dan vullen we de lijst aan.

Schermonderdelen

De namen die deze handleiding gebruikt voor de onderdelen van een scherm.

BegripBetekenis
MenubalkDe balk bovenaan het scherm waarmee je tussen de pagina's van een tool wisselt, met rechts de taalkeuze en de uitlogknop. Op een smal scherm zitten de menu-items achter het menu-icoon (drie streepjes).
KruimelpadHet regeltje links bovenin dat laat zien waar je je bevindt, bijvoorbeeld Home / Werkopdracht: 348359 / Taak: 1095497. Elk onderdeel is een link waarmee je een stap terug gaat. Ook wel broodkruimelpad genoemd, of met de Engelse term breadcrumb.
TabbladEen van de keuzes op de tabbalk binnen een scherm, bijvoorbeeld Algemeen, Historie of Media binnen een werkopdracht. Niet te verwarren met een tabblad van je browser.
KaartEen omkaderd blok met bij elkaar horende gegevens, bijvoorbeeld de kaart Communicatiegegevens. Sommige kaarten kun je uitklappen voor meer velden.
FilterpaneelHet paneel met alle filtervelden naast een overzicht. Achter de titel Filters staat hoeveel regels aan de huidige selectie voldoen.
DetailpaneelDe kaart die rechts openschuift als je op een regel in een tabel klikt, met alle gegevens van die regel. Sluit je met Terug.
VensterHet blok dat over het scherm heen opent en dat je eerst moet afhandelen, bijvoorbeeld om een actie te bevestigen. Ook wel pop-up of dialoogvenster.
KolomkopDe bovenste regel van een tabel met de kolomnamen. Klik erop om op die kolom te sorteren: als de kolom sorteerbaar is.
TandwielicoonHet icoon waarmee je instelt wat er zichtbaar is, bijvoorbeeld welke kolommen een tabel toont of welke filtervelden je ziet.
PotloodicoonHet icoon waarmee je een gegeven kunt wijzigen. Staat er geen potlood, dan mag je dat gegeven niet aanpassen.
SchakelaarEen aan/uit-knopje, bijvoorbeeld om inactieve werkopdrachtgroepen wel of niet te tonen.

Werk en planning

BegripBetekenis
WerkopdrachtDe opdracht die bij één adres of aansluiting hoort en die als geheel door de workflow loopt. In teksten ook kort opdracht.
TaakHet concrete werk binnen een werkopdracht, bijvoorbeeld een meterwissel of een meteropname. Een werkopdracht heeft één of meer taken; de werkopdracht is pas klaar als alle taken zijn .
AfspraakHet moment waarop een monteur bij de klant langskomt. Een werkopdracht kan meerdere afspraken achter elkaar hebben; de vorige staan in de afspraakhistorie.
MonteurDe medewerker die het werk op locatie uitvoert. De tools noemen deze persoon ook buitendienstmedewerker of servicemedewerker; het gaat om dezelfde rol.
PlannerDe medewerker die de opdrachten inplant en bijstuurt.
OpdrachtgeverDe partij voor wie het werk wordt uitgevoerd en van wie de opdracht komt. Bepaalt onder andere welke afmeldredenen je bij het sluiten kunt kiezen.
AannemerDe partij (personengroep) die het werk uitvoert. Je kunt de aannemer wijzigen zolang de opdracht niet gesloten of ingepland is, ook in bulk.
WerkopdrachtgroepEen verzameling werkopdrachten die bij elkaar horen, bijvoorbeeld één project of één aanlevering. Heeft een eigen start- en einddatum en kan inactief worden gezet. De voortgang per groep zie je op de pagina Rapporten.
WorkflowHet vastgelegde proces dat een werkopdracht doorloopt: welke stappen er zijn, welke communicatie automatisch uitgaat en wanneer de status verandert. Per organisatie ingericht.
BloktijdHet tijdvak waarbinnen de afspraak moet starten. Er is een geplande en een gecommuniceerde bloktijd: wat er intern staat en wat de klant te horen heeft gekregen.
AfspraaktypeHet soort afspraak, bijvoorbeeld inspectie of onderhoud. Bepaalt mede welke monteur de afspraak mag uitvoeren.
SkillEen vaardigheid die nodig is om een taak uit te voeren. Op de kaarten van een afspraak en een taak staat Benodigde skills; in de beheerschermen heet hetzelfde begrip vaardigheid.
OptimalisatieDe automatische berekening die afspraken zo over monteurs en tijden verdeelt dat de routes en werktijden kloppen. Kan bestaande afspraken verplaatsen, tenzij ze zijn vastgezet.
No-GoEen afspraak die al ingepland stond, maar er weer uit is gevallen door de optimalisatie, door afwezigheid van de monteur of door gewijzigde instellingen. Vraagt dus om actie van een planner. Go schrijft No-Go, de werkopdrachtentool schrijft NoGo.
VooruitplannenEen optimalisatie voor een periode vooruit, voor gekozen personengroepen, regio's en monteurs. Zie Vooruitplannen.
PlanbordHet hoofdscherm van Go: per monteur een tijdlijn met de afspraken en de afwezigheid van die dag. Zie Planbord.
RegioHet gebied waarin een monteur mag werken. Regio's zijn hiërarchisch: een hoofdregio (bijvoorbeeld een provincie) kan subregio's bevatten. Per monteur stel je per dag één hoofdregio in, eventueel beperkt tot een aantal subregio's. Zie Instellingen.
Regio-afwijkingEen afspraak die bewust is ingepland bij een monteur die op die dag niet in de regio van de opdracht werkt. Go waarschuwt bij het inplannen, staat het toe en zet er daarna een oranje driehoekje bij Regio. De optimalisatie haalt zo'n afspraak niet meer uit de planning. Zie Regio-afwijking.

Datums en termijnen

BegripBetekenis
StartdatumDe datum waarop de opdracht ten vroegste uitgevoerd mag worden. In het overzicht ook Startperiode.
EinddatumDe datum waarop de opdracht uiterlijk uitgevoerd moet zijn. In het overzicht ook Eindperiode.
Maximale inplandatumDe laatste datum waarop een nog niet geplande opdracht nog ingepland mag worden. Ligt tussen de startdatum en de einddatum: na deze datum wordt de opdracht niet meer in de planning meegenomen, ook al mag het werk zelf nog tot de einddatum.

Statussen en acties

Een werkopdracht heeft één van deze statussen: Aangemaakt, In behandeling, In verificatie, Gesloten of Geparkeerd.

BegripBetekenis
AfmeldenEen taak afsluiten met een reden en eventueel een opmerking. Zijn alle taken afgemeld, dan is de werkopdracht klaar. Bij één werkopdracht heet de knop Werkopdracht sluiten; in bulk heet de actie Werkopdrachten afmelden.
AfmeldredenDe reden waarmee een taak is afgemeld, bijvoorbeeld uitgevoerd, niet thuis of niet uitvoerbaar. Bepaalt of de uitvoering als geslaagd geldt. Welke redenen je kunt kiezen, hangt af van het taaktype en de opdrachtgever.
In verificatieDe opdracht wacht op een beoordeling. Iemand met de juiste rechten kiest Werkopdracht goedkeuren of Werkopdracht weigeren.
ParkerenDe opdracht tijdelijk volledig uit de planning halen: de monteur wordt losgekoppeld en de datum geleegd. Gebruik je als de klant voor onbepaalde tijd uitstelt. Met hervatten haal je de opdracht er weer uit. Een geparkeerde opdracht kun je niet sluiten.
HeropenenEen gesloten opdracht weer in behandeling nemen. Kan alleen als de einddatum nog in de toekomst ligt.
HerstartenDe opdracht opnieuw aan het begin van de workflow zetten. De afspraak wordt verwijderd en de opdracht ontpland; eventueel gaat de klantcommunicatie opnieuw uit.
BulkactieEen actie op alle werkopdrachten die aan de actieve filters voldoen, in plaats van op één opdracht. Zie Bulkacties. Het menu-item in de tool heet Bulkacties.
ExportEen downloadbaar bestand (csv of json) met de gegevens van de gefilterde werkopdrachten. Zie Exports.
AanleveringEen csv-bestand waarmee werkopdrachten in bulk worden aangemaakt. Zie Aanlevering.
Parkeren in de werkopdrachtentool is niet hetzelfde als in het geheugen plaatsen in Go. Parkeren zet de status van de werkopdracht op Geparkeerd en haalt de opdracht uit de planning. Een afspraak in het geheugen plaatsen is een tijdelijke actie binnen Go: de opdracht blijft gewoon planbaar.

Gegevens bij een opdracht

BegripBetekenis
WerkopdrachtcodeDe code waaronder de werkopdracht binnen de PTI Planning Suite bekend is.
Taak IDHet unieke nummer van een taak. Dezelfde waarde heet elders taaknummer, en in het kruimelpad Taak: nummer.
Externe referentieHet kenmerk dat de aanleverende partij zelf aan de opdracht of taak heeft meegegeven, om die terug te kunnen vinden in hun eigen systeem. Niet altijd gevuld.
Overige gegevensDe vrije velden bij een opdracht of taak: extra gegevens die niet in een vast veld passen. Worden ook metadata genoemd; dat is hetzelfde. Zie Overige gegevens.
DiversenHet tabblad met de formuliergegevens: de vragen en velden die tijdens de uitvoering zijn ingevuld, met de antwoorden. Achter de schermen heten deze formulieren datamodellen; die term komt niet in beeld. Zie Diversen.
Berekende eigenschappenVelden die het systeem zelf uitrekent op basis van de gegevens en de historie van de opdracht. Je kunt ze niet zelf aanpassen; een beheerder richt de berekening in. Bij een herstart kunnen ze worden leeggemaakt.
TemplateEen vooraf opgemaakt bericht dat naar de klant kan uitgaan: een e-mail, brief, sms of voice-bericht. Wordt in gesprekken ook een uiting genoemd; het veld met de naam heet in de tool Naam uiting. Templates maak je in Send.
KlantcontactEen vastgelegd contactmoment met de klant, met datum, kanaal, medewerker, categorie en toelichting. Zie Klantcontact.
Internet-applicatieDe omgeving waarin de klant zelf zijn afspraak bekijkt, bevestigt of verzet. Wordt ook klantportaal genoemd. Per opdrachtgever ingericht en vormgegeven.
door2doorWerk dat een medewerker (de loper) langs de deuren afwerkt, zonder afspraak met de klant. Heeft een eigen taaktype.

Meters

BegripBetekenis
MeterstandDe waarde die op een telwerk is opgenomen, op een bepaalde opnamedatum.
TelwerkEén registratie op de meter, met een eigen eenheid en eigen standen. Een meter kan meerdere telwerken hebben, bijvoorbeeld voor dag- en nachtverbruik.
TelwielenHet aantal cijfers van een telwerk, gesplitst in telwielen voor de komma en telwielen na de komma. Hiermee weet het systeem welke standen mogelijk zijn.
Ondergrens en bovengrensDe waarden waarbinnen een opgenomen meterstand moet vallen.
EAN-codeDe unieke code van de aansluiting, die in de hele energiemarkt wordt gebruikt. Hoort bij het adres, niet bij het apparaat.
MeternummerHet serienummer dat fysiek op de meter staat. Hoort bij het apparaat.
MetertypeWaar de meter voor is, bijvoorbeeld elektriciteit, gas, water of warmte.

De tools van de PTI Planning Suite

ToolWaarvoor
WorkorderWerkopdrachten beheren: bekijken, filteren, bijwerken, in bulk aanpassen en exporteren. Zie Werkopdrachten. In de menubalk van de tool staat dit onderdeel als Workorders.
GoDe planning: afspraken over monteurs verdelen, afwezigheid bijhouden en de optimalisatie draaien. Zie Planbord.
FLSEen externe planningstool (FLS Visitour) voor grote organisaties en complexe processen. Loopt een afspraak via FLS, dan komen de statusmeldingen van FLS terug in de historie van de werkopdracht. Zie FLS.
SendTemplates maken en beheren voor e-mail, brief, sms en voice, inclusief contentblokken en variabelen. Zie Send.
Mobile appDe app van de monteur: de dagplanning, de route en het terugmelden van het werk. Zie Mobile app.
VerdeeltoolWerk zonder klantafspraak in bulk over medewerkers verdelen, op adres, straat of plaats. Zie Verdeeltool.
BeheertoolDe beheeromgeving voor de inrichting: personen, veldinstellingen en koppelingen. Zie Beheertool.
Mobile beheertoolHet beheer van de apparaten en de app-gebruikers van de mobiele app. Zie Mobile beheertool.
GebruikersbeheerGebruikers, rollen en rechten beheren. Zie Gebruikersbeheer.